Hoe zorg je dat inwoners sneller de juiste hulp krijgen als een hulpvraag meerdere domeinen raakt? In Etten-Leur zoeken professionals uit het sociaal domein, de huisartsenzorg en de ggz daar samen antwoorden op in een multidisciplinair overleg (MDO).
Voor POH-GGZ Anouk van Dijk van Het Huisartsenteam Markt in Etten-Leur is het MDO inmiddels niet meer weg te denken uit haar werk: ‘Als POH-GGZ netwerk je sowieso veel, dat hoort bij je rol. Het MDO helpt om nog beter als ketenpartners samen te werken.’
Zo werkt het MDO in Etten-Leur
Het MDO komt zes keer per jaar samen: drie keer vóór de zomer en drie keer daarna. Anouk leidt als POH-ggz het overleg. Aan tafel zitten onder andere:
- de huisarts
- vertegenwoordigers uit de basis-ggz (Impact GGZ en Psychologenpraktijk Etten-Leur)
- GGz Breburg namens de specialistische ggz
- een psychosomatisch fysiotherapeut van Fizzio
- een verslavingsconsulent van Novadic Kentron
- professionals uit het maatschappelijk werk en de wijk-ggz
Ook de Meedenk Coach schuift aan: een onmisbare vraagbaak binnen de gemeente Etten-Leur. Huisartsen kunnen rechtstreeks naar deze functie verwijzen, zonder zelf alle mogelijkheden in het sociaal domein te hoeven kennen, zoals mantelzorgondersteuning of maatschappelijk werk. De agenda geeft structuur aan het overleg. Deelnemers brengen casussen in waarbij zij zelf niet direct een passende vervolgstap zien en de expertise van anderen willen inzetten om samen verder te kijken.
‘Mooi dat een MDO – en ook andere gezamenlijke initiatieven in de regio – ervoor zorgen dat we de verantwoordelijkheid voor de hulpvraag van inwoners steeds meer met elkaar delen.’
Wat het MDO oplevert in de praktijk
Volgens Anouk zit de kracht vooral in het elkaar regelmatig ontmoeten. ‘Je leert elkaar kennen en weet elkaar sneller te vinden. Je krijgt ook beter zicht op wat iedereen doet en waar ieders rol begint en ophoudt.’
Het MDO maakt voor ketenpartners inzichtelijk wat wel en niet onder huisartsenzorg valt. Daardoor kunnen professionals samen beter bepalen welke voorziening het meest passend is voor een hulpvraag. Door casussen gezamenlijk te bespreken ontstaat bovendien meer begrip voor elkaars perspectief. ‘Je kijkt even bij elkaar in de keuken en ziet hoe iemand anders naar een situatie kijkt.’
Wat we nog leren
Tegelijkertijd blijft het MDO zich ontwikkelen. Zo ontbreekt nu nog de aansluiting vanuit de Wmo. ‘Voor inwoners die langdurige begeleiding nodig hebben, missen we nu iemand die vanuit de Wmo kan meedenken en mandaat heeft als begeleiding nodig is om een situatie weer vlot te trekken. Op uitnodiging van Anouk sluit komend MDO een Wmo-medewerker aan. ‘Mogelijk leidt dat tot structurele deelname, dat zou echt grote meerwaarde hebben.’
Ook bij de specialistische ggz is nog ruimte om de deelname te verbreden met andere SGGZ-aanbieders. In een kleinere gemeente als Etten-Leur zijn er weliswaar minder aanbieders, maar organisaties zoals PsyQ en GGZ Momentum – waar regelmatig naar wordt verwezen – kunnen met hun expertise een waardevolle bijdrage leveren.
Daarnaast ziet Anouk mogelijkheden om tijdens het overleg vaker direct samen tot een plan met vervolgacties te komen. ‘Het zou mooi zijn als we vaker meteen in het MDO tot een gezamenlijk plan komen. Nu is het vaak nog zo dat degene met de ingebrachte casus zelfstandig met de adviezen verder gaat.’
Samen blijven verbeteren
Ondertussen werken de deelnemers al aan verbeteringen. Zo wordt de agenda uitgebreid met een korte update over lokale en regionale ontwikkelingen, zodat deelnemers goed op de hoogte blijven van wat er speelt.
Volgens Anouk kan het MDO zich nog verder ontwikkelen: ‘Ik zou graag willen dat we ook geregeld terugkijken op eerder ingebrachte casuïstiek. Wat heeft het MDO opgeleverd? Wat werkte goed en wat niet? Daar kunnen we samen van leren.’
Samen verantwoordelijkheid nemen
Voor Anouk laat het MDO vooral zien wat er mogelijk is wanneer professionals over domeinen heen samenwerken. ‘Mooi dat een MDO – en ook andere gezamenlijke initiatieven in de regio – ervoor zorgen dat we de verantwoordelijkheid voor de hulpvraag van inwoners steeds meer met elkaar delen.’
Maart 2026
